Hoe stam een verwoestende ouderscheiding voorkwam
Stam praktijkverhalen
Deze Stam in de Praktijk verhalen verzamelen we uit het Rippling netwerk. Ze zijn een voorbode op en ode aan een nieuwe Verbonden Aarde samenleving. Wij bedoelen met ‘stam’ een cultuur van gezamenlijke gedragenheid. Gezamenlijke gedragenheid zien wij als: het emotioneel, fysiek, energetisch, praktisch betrokken zijn bij elkaar als medemensen. Het samenwerken als ecosysteem en overgave aan waar we wezenlijk onderdeel van zijn : de natuur, de Kosmos, het grotere geheel.
Uit elkaar gaan met de vader of moeder van je kind. Het raakt rechtstreeks aan ‘t grote verlangen naar de meest directe vorm van stam die we kennen, het kerngezin. In gezondheid bij elkaar blijven als geliefden zie ik als één van de hogere kunsten van het leven. In verbinding uit elkaar gaan als geliefden is een andere grote kunst, zeker als er kinderen in het spel zijn. Dit verhaal gaat over het verbreken van de liefdesrelatie die ik het allerliefste had behouden. Een scheiding van een man waar ik tegelijkertijd nooit van kan scheiden, omdat we ons zo verwant en diep verbonden voelen met onze dochter.
Woord vooraf
Ik heb toestemming van de vader van mijn dochter om dit verhaal te delen, hij heeft nog zijn aanpassingen gedaan.
Ik ben me ervan bewust dat ik allerlei nuances, lagen en complexiteiten achterwege laat. En dat dit mijn gekleurde analyse is van de situatie.
Een gebroken pilaar
Nazomer 2020. Wij waren als stel ruim een kleine twee jaar samen en verkasten van het ene tijdelijke oppashuis naar het andere. Maar dit keer met onze tere en taaie pasgeboren baby in de armen. Het avontuurlijke losse leven zonder vast huis en zoektocht naar een kloppend leven in gemeenschap, haalde ons in. Stabiliteit was alles wat we nodig hadden en precies wat ontbrak.
Het sleutel dieptepunt bereikten we na vijf maanden. Langzaam sijpelde door dat er naast de gipsbehandeling voor haar klompvoetjes meer aan de hand was. De onrust gierde door haar lichaam. Dat ze geboren bleek met een chromosoomafwijking en een syndroom dat ertoe zou leiden dat ze niet zelfstandig zou kunnen zitten, staan en lopen stond in vage contouren afgetekend. Onze dochter voelde over het algemeen gespannen aan en ze brulde het een groot deel van de tijd ontroostbaar uit. Wij laveerden tussen de verzorging van een kleine, de wekelijkse ziekenhuisbezoeken, operaties, het oorverdovende gekrijs en de in mij urgent voelende zoektocht naar vaste woonruimte.
Na zes maanden brak er iets in mij. Er zat een man op de bank die ik niet meer herkende. Waar geen leven of beweging in zat. Hulp, therapie, gesprekken, mannensteun kwamen niet voor in zijn ‘wat te doen bij een innerlijke crisis’ handleiding. Hij gaf niet uit zichzelf aan wat er in hem omging en wat hij nodig had. Ik kon niet verder door op deze voet met deze man. Ik leunde voor mijn gevoel op een gebroken pilaar. Het hoge woord kwam er uiteindelijk uit: ‘Ik ben een lek mandje. Ik kan niet eens voor mezelf zorgen, laat staan voor jullie’. De realiteit gaf aan dat ik beter als basis steunde op mijzelf. Onze scheiding als geliefden was in één kort gesprek gezegd en aanvaard. Een noodbeëindiging.
Noodempathie
Er volgde een tijd waarin ontspanning, zorgeloosheid, flow en afstemming alleen bestonden als een vervlogen droom uit een ver verleden. We vonden allebei tijdelijke woonplekken en probeerden door de krochten van gescheiden ouderschap het juiste te doen, terwijl we veel kilometers van elkaar woonden en vol in het medische circuit terecht kwamen.
Mijn patroon was dat ik gevoelens, gedachtes en behoeften uit hem probeerde te vissen. Opdat ik in het afstemmen met hem rond de zorg kon navigeren. Mijn doorgeschoten gemoeder over hem, in mijn ogen iemand in diepe traumasporen, was deels een poging om te beschermen. Wat als hij geen energie heeft, snel geprikkeld raakt, haar alleen achter een schermpje laat zitten of vergeet te verschonen? Wat als hij zijn bereidheid voor redelijke verdeling van de zorg intrekt? Mijn verhaal werd: ‘Als ik alvast ‘bedenk’ wat hij nodig heeft omdat hij er zelf niet mee in contact is, dan creëer ik gezondheid voor het hele systeem.’ Ja, ik weet hoe ongezond dit nu klinkt. Ik noem het noodempathie.
Gedragen in het onverdraaglijke
Door het besef vooral op mezelf te moeten leunen als nieuw geboren ouder, besefte ik al te best dat gemeenschap levensreddend zou zijn. Zodra ik het logistiek en qua energie voor elkaar kreeg ging ik naar onze vrouwencirkel waarin ik kon delen, huilen, vastgehouden en gespiegeld worden. Dochterlief werd door vele zustertantes verzorgd en ging van schoot naar schoot. Terwijl de vrouwen mij erkenning gaven in de verlatenheid, de eenzame uitputting, konden ze de vader van mijn dochter blijven zien in zijn pogingen het juiste te doen. De heftigste toppen woede en verdriet die hij niet kon ontvangen smolten, doordat ze ontvangen en verzacht werden in de bedding van deze zusters.
De ergste emotionele schade werd voor mijn gevoel hierdoor opgevangen. Er was echter zo’n atoombom aan pijn en getergd zijn dat ik deels dissocieerde van de ondraaglijkheid van mijn situatie.
Een periode later voelde ik groeiende frustratie over de afspraken tussen mij en hem en het überhaupt contact hebben. De weerstand om hulp in te schakelen van een professional voor scheidende ouders was bij hem groot en de drempel hoog. Wat als van twee mensen in ‘conflict’ ééntje sowieso geen begeleiding wil en je niet verder komt? Tja een veelvoorkomende uitdaging tussen (scheidende) romantische partners en ook bij ons. Ondraaglijk frustrerend en machteloos makend voor mij.
Vertrouwen in een koele rustplaats
Nadat ik het ruimte had gegeven en opnieuw verhuisd was naar een tijdelijke plek, stelde ik voor om Moniek (mijn mede bezielster van Rippling) ons te laten bijstaan. Hij stemde tot mijn grote opluchting toe in een gesprek tussen ons onder haar begeleiding.
Geen mediator, geen advocaat, geen scheidingsbegeleider…
Gewoon Moniek.
Zij hoorde ons aan, in onze totaal verschillende copingstrategieën in de pijn, de zoektocht naar stabiliteit, de liefde voor onze dochter.
Hij die van ‘laat me alsjeblieft vooral met rust, ik zoek het uit’.
Ik die van ‘laten we dit alsjeblieft in afstemming doen, ik heb je nodig.’
Het vertrouwen om uiteindelijk gezond samen ouders te kunnen zijn legden we beiden in haar handen.
Mijn gillend gek worden werd beantwoord door een warme hand van haar en een blik van ‘ik zie je’. Ze remde me af als ik met een botte bijl wilde inhakken omdat zijn vuistregel was: Ik plan niet verder dan twee weken vooruit (terwijl ik de noodzaak voelde om 1,5 maand vooruit te plannen om niet in waanzin te geraken). Haar ademhaling bleef kalm. Ook als die van mij tekeer ging of als hij bevroor.
Als er onredelijkheid of starheid aan zijn kant ontstond die de gebarsten orkaan kracht in mij losmaakte of echt een drama danser, dan parkeerde ze mij. Onder al onze manieren en favoriete ‘hoe’s, checkte Moniek of we elkaar echt verstaan hadden.
Zijn zoektocht naar zichzelf en zijn eigen tempo kon een plek krijgen bij haar. We luisterden met afstand naar elkaars delingen. We werden meer mens voor elkaar. Omdat zij die koele rustplaats vormde die de boodschap subtiel overhevelde.
We spraken ongeveer 8 keer met Moniek over een periode van 3 jaar. Er is nooit sprake geweest een waardering voor haar begeleiding in geld. Ze gaf aan hoeveel ze er zelf van leerde, hoe ze het een eer vond en heling ervoer doordat wij dit samen ‘aangingen.’
Elke drietal gesprekje daalde er meer rust over ons heen en groeide het vertrouwen. De wanhoop kenterde met de tijd. Ze maakte plaats voor aanvaarding, afspraken over geld en getrokken agenda’s.
Afstandelijke heelheid
We creëerden over de jaren best regelmatig gezinstijd, we gingen samen op vakanties en hadden binnen zijn gammelheid en mijn verlangen om gezien te worden in de pijn, best een modus gevonden. We waren een eind op weg naar gezond ouderschap tot ik besefte: uiteindelijk heb ik mijn verlangen om in echte verbinding afscheid te nemen, samen radicaal te rouwen en in regelmatige afstemming te zijn, te laten gaan. Het is te hard werken en ik eer daarbij niet waar we zijn.
2025 Een fase van afstandelijkheid bleek op zijn plek. We kwamen erop uit puur in de praktische modus te blijven. Alleen het hoognodige te bespreken. Mijn moeder zei: ‘Jullie scheiden steeds in beetjes, het lijkt me goed dat jullie dit nu definitief doen.’ Tja.. ze had een punt. Bovendien was er een nieuwe geliefde mijn leven ingeblazen die alle verhoudingen in onze constellatie verder veranderde. Dat zakelijke contact droeg bij aan erkenning van de streep en de behoefte aan rust voor ons beiden.
Samen in de Arena
Toen startte wij vanuit Rippling de Gedragen Stam Verdiepingsweg. Op wonderlijke wijze gaf hij aan om mee te willen doen. De man die een hekel heeft aan hulp vragen en alles graag zelf oplost – één van mijn grootste pijnpunten – wil meedoen met onze Gedragen Stam? Hoop gloeide in mijn hart op als een smeulend kooltje in de haard.
We stapten samen in de ‘arena’, zoals Brene Brown dat zo treffend omschrijft. Omringd door dertien betrokken mannen en vrouwen. We spraken elkaar nog steeds alleen voor het hoognodige. Toch was er dat gevoel van bedding, we doen dit niet alleen. We hoorden elkaar via de groep, we voelden elkaar via de groep, we ontmoetten elkaar in onze pijn via de groep, we werden vastgehouden door de groep. Twee mensen voor wie het vuur van de extra intensieve zorg voor een baby, geboren in een fysiek instabiele context, te heet werd. Twee mensen die hun stinkende best doen om hun dochter een ingebed, krachtig, voelend, avontuurlijk leven te geven. Twee mensen die door haar geboorte in onze omstandigheden alle onontgonnen traumalandschappen en ongezonde relatiepaden recht in ons gezicht kregen. Twee mensen die hebben moeten opgeven, werden gedragen.
Waar ik na 7 maanden samen in deze reis, het aroma van de zoete vruchten van verzoening al opsnuifde, kwam er nog een rauwe plottwist.
Het werd ruiger en botter tussen ons. Uiteindelijk gaf hij ook de Gedragen Stam deelname op. Een bedroefde verslagenheid trok als een deken over mij heen. Is het ons toch niet ‘gelukt’?
Zijn eigen woorden: ‘Ik wilde de wateren van verdere verbinding testen in kleine stapjes. Als mijn dochter ergens in een community dorp gaat wonen met haar moeder (wat de uiteindelijke droom is vanuit Rippling), dan wil ik in de buurt zijn. Achteraf gezien kwam het ook vanuit een reactieve angst om contact met mijn dochter te verliezen in plaats van uit een proactieve wens. Ik geloof die stroom niet meer.’
Dus ik voelde de vraag rondzingen: Zijn we verder van huis geraakt of komt hij juist meer thuis bij zichzelf? Dat laatste blijkt dichterbij de waarheid.
Heling voorbij stam, voorbij vorm
We dienen trouw te zijn aan waar we zijn, dat betekent ook trouw aan de totaal verschillende manieren en tempo’s om te helen. Ik in cirkels, mijn Rippling stam veld, door te schrijven en te delen.
Hij startte drie jaar geleden een opleiding Cranio Sacraal therapie, deed intensief lichaamsgericht werk met medestudenten, hij verkende een mannengroep en begon recent met individuele psychotherapie.
Zijn woorden: ‘Ik voel me niet op mijn plek, ik kom (nu) niet tot mijn recht in een groep. Wel één op één. Ik voel me meer aan de rand. Het was binnen de stam wel een mooie oefening om me uit te spreken en te testen wat voor me werkt. Uiteindelijk kom ik er weer achter dat dit voor mij dus vooral niet werkt. Ook de mannengroep waar ik in zat, heb ik weer gestopt. Mijn timing, gerichtheid en energie zijn anders. Mijn ervaring in de één op één therapiesessies nu benadrukken dat.’
Als medeouder hoor ik hem en aanvaard ik zijn ingang voor heling. Als Rippling stamvrouw word ik nieuwsgierig. Wij geloven dat iedereen behoefte heeft aan stambedding, alleen staan sommige mensen meer in het midden en andere mensen meer aan de rand. Zodra we als gezonde gemeenschap met elkaar samenwonen op één plek, we samen op het land werken, de zorg dragen voor de locatie, de kinderen, de gebouwen en iedereen vanuit eigen beweging zijn eigen rollen kan oppakken.. dan zie ik voor me dat ieder zijn unieke, individuele manier vindt zich te laven aan de bedding van menselijke gedragenheid.
Nog één gesprek met Moniek volgde in mijn huiskamer op mijn verzoek. We kwamen er niet uit met de afspraken, zijn werkdag en reiskosten rond het halen en brengen op zondag. Ik vond hem tegenwerken en hij vond mij totaal onredelijk. Uit een laatste reddingspoging heb ik zijn werkgever (tevens mijn voormalige thuiszorg cliente en vriendin) benaderd of zij kan meedenken hierin. Dat schoot totaal in zijn verkeerde keelgat. Losgeslagen woede slingerde hij mijn kant op. Opgeslagen pijn toebehorend aan een ouder-kind relaas denderde door mijn lichaam. ‘Jouw tentakels wil ik niet langer in mij’ brulde hij. De angst kroop als een olievlek door mijn aderen. Het zweet brak me uit, doodstil. Ik keek naar Moniek. Ze zuchtte. ‘ik weet nu even niet wat wijsheid is’. Zelfs daar in de chaos, de onveiligheid, de trauma reactie, de agressie, de wanhoop en de ijzige pijn.. was er die hand die ons twee verbond. Haar meelevende blik, haar duiding, haar ademhaling. Het rustpunt: ‘Verder praten lijkt me niet haalbaar nu. Zullen we het even de tijd geven?’
De week daarna zaten we alweer samen met stamsteun van Moniek. Voor het eerst in vijf jaar op zìjn verzoek. Ik gedroeg me koel, daaronder zo gekwetst. Hij oogde zachter, opener, rustiger. Er was erkenning voor de projectie van de vorige keer. Erkenning voor de vrouw die hij ook ziet, ‘een mooie moeder’. Erkenning voor elkaars traumadelen en voor het eerst de verwelkoming van hem naar mij : ‘Ik zou jouw boosheid willen uitnodigen, Loes.’
Ik voelde een zucht van zachtheid door de kamer zinken. Tranen duwden tegen de randen van mijn oogleden. Dit was de uitnodging waar ik al die jaren het meest naar verlangde, om hierin gehoord en ontvangen te worden. Vol verwondering hoor ik uit mijn mond: ‘Dat komt. Voor nu is het rond.’
Wat een verwoestende vechtscheiding had kunnen zijn, is voor in mijn beleving afgewend tot een kalm riviertje van zoete tranen en van loslaten. Van zien wat is geweest, begin van erkenning voor waar we toen waren en ruimte om nu echt ieders weegs te gaan. Een zachte kracht van een ouderteam wordt wakker.
We eindigen in een omhelzing met ons drieën. Ergens in ons energieveld verschijnt ook een klein meisje. Ze glimlacht.
Betrek iemand uit jullie omgeving als meeluisteraar
Als je zelf een relatie zorgvuldig wilt beëindigen of daarin nog heling wenst, dan kun je eens onderzoeken wie er in je directe omgeving met je/jullie mee kan luisteren. Een vriend, bekende, buurman, tante met de kwaliteit van diep luisteren, neutraliteit, dienstbaarheid en betrokkenheid bij het welzijn van jullie beiden. Soms kan één gesprek met een meeluisteraar al enorm helpen, zelfs als deze persoon weinig spreekt en alleen compassievol aanwezig is.
Vraag betrokkenen jou te spiegelen
Je kunt je cirkel van betrokkenen ook vragen om jou bewust te spiegelen in jouw aandeel in de dynamiek en te helpen je meer in te leven in de ander.
Vraag iemand als stand-in
Als je gesprekspartner niet beschikbaar is om jou te horen, dan kun je ook vragen of één van de mensen in jouw eigen cirkel in zijn/haar huid wil kruipen en het gesprek wil voeren. Het kan waardevol zijn om jezelf vrij uit te drukken alsof je in het echte gesprek bent. Het helpt als je gesprekspartner die de rol aanneemt dan met openheid en nieuwsgierigheid luistert en jou prikkelt om radicaal eerlijk te zijn.